Aan de slag op zeer zwakke scholen

Verslag van een onderzoek naar oorzaken, analyse, methodes en de constructie van verbeterplannen.

Voor overheid en samenleving zijn de opbrengsten van het onderwijs van groot belang. Structureel presteert ongeveer vier procent van de scholen onvoldoende. Zij schieten tekort bij hun eerste en klassieke opgave: het verzorgen van onderwijs. Ofwel: zorgen dat alle leerlingen zich dusdanig ontwikkelen dat ze de noodzakelijke basisvaardigheden verwerven. De inspectie noemt deze categorie 'zeer zwakke scholen', omdat ze langdurig onvoldoende eindopbrengsten hebben en daarnaast onvoldoende scoren op meerdere normindicatoren die betrekking hebben op het onderwijsleerproces. Sinds april 2006 zet de inspectie niet alleen de inspectierapporten op de website, maar ook een overzicht van de scholen die als zeer zwak beoordeeld zijn.

Deze brochure richt zich op het ontwikkelen van verbeterplannen voor scholen die in een OKV-traject (onderzoek naar de kwaliteitsverbetering) zijn terechtgekomen. De auteurs hebben gebruikgemaakt van de kennis die is opgebouwd met het project Naar duurzaam beter onderwijs dat van 2003 tot 2005 uitgevoerd is op scholen die in complexe situaties verkeerden. Door wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen continu aan elkaar te verbinden, is kennis beschikbaar gekomen over inhoudelijke en procedurele criteria waaraan analyse en effectieve verbeterplannen moeten voldoen. Deze kennis hebben is uitgeprobeerd in de praktijk. Voor een aantal scholen is een analyse uitgevoerd, een verbeterplan ontwikkeld en is het plan gepresenteerd in het team. Deze praktijkervaringen hebben ertoe geleid tot een aanscherping en verbetering van de analyse en constructie van effectieve verbeterplannen. Deze brochure doet daarvan verslag.

Voor wie?
Voor een succesvol verloop van het verbetertraject is het van belang dat er door de school een eigen analyse wordt gemaakt en dat draagvlak wordt gevonden voor de ernst van de situatie en de richting waarin het verbeterproces moet gaan. Dit is geen gemakkelijk proces. Daarom zijn zeer zwakke scholen daarbij gebaat bij onafhankelijke en effectieve externe ondersteuning. Deze brochure is om die reden in eerste instantie geschreven voor externe adviseurs die de analyse gaan uitvoeren en verbeterplannen gaan opstellen voor zeer zwakke scholen. Daarnaast is het ook interessant voor directie en bestuursleden van (dreigende) zeer zwakke scholen.

Vijf fasen van het traject van kwaliteitsverbetering
In de brochure Toezicht op... zeer zwakke scholen en afdelingen PO, VO en EC (2007) beschrijft de inspectie wat het betekent als een school de beoordeling 'zeer zwakke school' krijgt en hoe het traject van kwaliteitsverbetering eruit ziet. De inspectie onderscheidt in grote lijnen vijf fasen:

Fase 1: vaststellen - de inspectie stelt vast dat een school zeer zwak is
Bij de uitvoering van het toezicht maakt de inspectie onder meer gebruik van een (periodiek) kwaliteitsonderzoek (PKO), eventueel gevolgd door een nader onderzoek (NO). Deze zijn gebaseerd op vastgestelde waarderingskaders en beslisregels.
Fase 2: toetsing - de inspectie toetst de bestuurlijke reactie/plan van aanpak van de school
Als een school als zeer zwak is beoordeeld en het PKO-rapport is vastgesteld, begint de periode van geïntensiveerd toezicht. Deze duurt in beginsel twee jaar en wordt afgesloten met een OKV. Op grond van het PKO-rapport moet het bevoegd gezag van de school een bestuurlijke reactie bij de inspectie indienen (binnen zes werkweken na vaststelling van het rapport). De kern van deze bestuurlijke reactie bestaat uit een plan van aanpak of een verbeterplan waarin het bevoegd gezag beschrijft hoe het wil bewerkstelligen dat de kwaliteit van het onderwijs - in beginsel binnen een periode van twee jaar - weer op een aanvaardbaar niveau is. Vervolgens toetst de inspectie de bestuurlijke reactie en het ingediende plan van aanpak. Zij beoordeelt of het plan voldoende tegemoetkomt aan de geconstateerde kwaliteitsproblemen. De inspectie toetst zo'n plan van aanpak op een aantal punten: - Zijn er activiteiten voorzien die aansluiten bij de geconstateerde kwaliteitsproblemen? - Zijn de activiteiten voldoende concreet gepland, zodat de inspectie er in haar geïntensiveerd toezicht op kan aansluiten? - Is in redelijkheid aan te nemen dat de bestuurlijke reactie leidt tot een verbetering van de geconstateerde kwaliteitsproblemen? Bij de toetsing wordt gebruikgemaakt van een uitwerking van deze punten. Het is daarbij van groot belang dat haalbare en in de tijd meetbare prestatie-indicatoren zijn vastgelegd. Ook is het van belang dat duidelijk is wie verantwoordelijk is voor welk onderdeel van het verbeterplan. De inschakeling van deskundige externe ondersteuning is eveneens een belangrijke voorwaarde voor het succesvol verbeteren van de onderwijskwaliteit.
Fase 3: het traject van geïntensiveerd toezicht - voortgangscontrole en wijziging van toezichtsarrangement
Zodra het PKO-rapport, waarin is bepaald dat de school zeer zwak is, is vastgesteld, begint de periode van geïntensiveerd toezicht. Gedurende een periode van twee jaar bezoekt de inspectie ten minste één keer per halfjaar de school voor een voortgangsgesprek met de schoolleiding en een vertegenwoordiging van het bevoegd gezag.
Fase 4: het OKV - hoe stelt de inspectie vast of de kwaliteit van het onderwijs weer op een aanvaardbaar niveau is?
De periode van geïntensiveerd toezicht wordt afgesloten met een onderzoek naar de kwaliteitsverbetering (OKV). Kernvraag bij het OKV: is de kwaliteit van het onderwijs inmiddels van een aanvaardbaar niveau? Het OKV is qua opzet en uitvoering vergelijkbaar met het PKO. Twee inspecteurs bezoeken de school om de kwaliteit van het onderwijs te beoordelen; dat doen ze op basis van het reguliere waarderingskader. Dit kader kan eventueel worden aangevuld met extra indicatoren; indicatoren die betrekking hebben op de onderdelen waarop de kwaliteit bij het PKO tekortschoot. De inspecteurs die het onderzoek uitvoeren, zijn niet eerder betrokken geweest bij het proces van geïntensiveerd toezicht.
Fase 5: melding bij de minister van OCW en het bestuurlijke (na)traject
Als de inspectie op basis van een OKV concludeert dat een school onvoldoende kwaliteitsverbetering laat zien én als het perspectief op verbetering op korte termijn ontbreekt, is er sprake van een ernstige situatie. De minister kan op advies van de inspectie maatregelen treffen.

De opbouw van de brochure
In hoofdstuk 1 wordt het theoretisch kader beschreven : wat leert de wetenschap ons over oorzaken van onderpresteren en wat zijn kenmerken van een effectieve school? In hoofdstuk 2 wordt het analysekader gepresenteerd: uit welke elementen bestaat een goede analyse en waar moet een goed verbeterplan aan voldoen? In hoofdstuk 3 wordt de weg naar effectieve verbeterplannen beschreven. We geven aan wat de wetenschap ons leert over de vormgeving van effectieve schoolverbetering. In hoofdstuk 4 worden tenslotte de ervaringen met het opstellen van verbeterplannen op scholen beschreven .

http://schoolaanzet.nl/zeerzwakkescholen/voorenover/begeleiders